Familie beschouwen we vaak als het fundament van ons leven. Maar naarmate we ouder worden, blijken juist vriendschappen opvallend zwaar mee te wegen in onze gezondheid en ons geluk. Niet omdat familie minder belangrijk wordt, maar omdat een vriend iets anders biedt: een relatie waarin je niet in de eerste plaats moeder, opa, partner of oud-collega bent. Je bent er gewoon jezelf.

Op school ontstonden vriendschappen bijna vanzelf. Je zat naast elkaar in de klas, fietste dezelfde route naar huis of trof elkaar iedere vrijdag in de kroeg. Later nam het werk een deel van die infrastructuur over. Je zag collegaβs dagelijks, dronk samen koffie en hoorde terloops wat er in iemands leven speelde. Pas wanneer die vaste omgeving verdwijnt, wordt zichtbaar hoeveel vriendschappen afhankelijk waren van herhaling.
Na je pensioen ontstaat er ruimte. Maar die ruimte vult zich niet automatisch met mensen.
Psycholoog William Chopik onderzocht in twee studies hoe familie- en vriendschapsrelaties samenhangen met gezondheid en welbevinden. Voor de eerste studie analyseerde hij gegevens van 271.053 volwassenen van verschillende leeftijden. Zowel familie als vrienden bleken belangrijk, maar de betekenis van vriendschap nam toe naarmate mensen ouder werden. Het belang van familierelaties bleef gedurende het volwassen leven veel gelijkmatiger.
In een tweede, langdurig onderzoek volgde Chopik 7.481 oudere volwassenen. Niet alleen de aanwezigheid, maar vooral de kwaliteit van vriendschappen bleek van belang. Steun van vrienden hing samen met een hoger welbevinden. Spanningen binnen vriendschappen voorspelden zelfs meer chronische aandoeningen over een periode van zes jaar. Bij spanningen met een partner of kinderen werd dat verband in dit onderzoek niet gevonden. De onderzoekers spreken nadrukkelijk over samenhang en voorspelling, niet over een eenvoudig bewijs van oorzaak en gevolg. Toch maakt het resultaat duidelijk dat vriendschap geen aardige aanvulling op het leven is. Het is een serieus onderdeel van hoe we ons voelen en functioneren. Lees het onderzoek in Personal Relationships.
Chopiks verklaring is even eenvoudig als treffend: familie krijg je, vrienden kies je. En zij kiezen jou.
Een vriendschap die twintig jaar standhoudt, is twintig jaar lang door twee mensen opnieuw gewild. Soms uitbundig, soms alleen in de vorm van een berichtje, een wandeling of het stille vertrouwen dat je elkaar weer weet te vinden. Daarin zit een vorm van bevestiging. Niet omdat iemand aan je verbonden is door bloed, huwelijk of plicht, maar omdat iemand graag met jou verbonden wil blijven.
Familierelaties zijn waardevol, maar komen bijna altijd met een rol. Je bent de moeder die opvangt, de vader die raad geeft, de oudste dochter die dingen regelt of de opa bij wie de kleinkinderen op woensdagmiddag komen. Ook liefdevolle rollen brengen verwachtingen en verantwoordelijkheden met zich mee.
Bij vrienden kan er iets anders gebeuren. Een oude vriend herinnert zich wie je was vΓ³Γ³r die directiefunctie, vΓ³Γ³r het ouderschap of vΓ³Γ³r het pensioen. Een nieuwe vriend kent je misschien juist helemaal niet uit je werkende leven. Je hoeft je tegenover die persoon niet vast te houden aan degene die je altijd bent geweest.
Dat is rond het pensioen belangrijker dan het op het eerste gezicht lijkt. Wie stopt met werken, verliest niet alleen vergaderingen, deadlines en een zakelijke agenda. Ook een deel van de dagelijkse bevestiging valt weg: mensen die je nodig hebben, je mening vragen en weten wat je kunt. Vriendschappen kunnen een plek bieden waar je identiteit niet afhankelijk is van je functie. Je hoeft er niet meer toe te doen vanwege wat je produceert. Je doet ertoe omdat je er bent.
Onderzoek naar pensionering ondersteunt het idee dat steun van vrienden juist tijdens deze overgang beschermend kan zijn. In een Amerikaanse studie ging pensionering gemiddeld gepaard met een kleine stijging van depressieve klachten. Bij mensen die meer steun van vrienden ervoeren, was die stijging aanzienlijk kleiner. De onderzoekers adviseren daarom om vriendschappen al rond de overgang naar pensioen bewust te cultiveren. Bekijk de studie in The Journals of Gerontology.
Vriendschap heeft alleen een merkwaardige kwetsbaarheid: ze kent weinig verplichtingen. Een familiediner komt in de agenda. Voor kleinkinderen wordt een vaste oppasdag afgesproken. Een sporttraining begint iedere donderdag om zeven uur. Maar niemand belt je op omdat je een vriendschap al twee jaar onvoldoende hebt onderhouden.
Juist de vrijblijvendheid die vriendschap zo prettig maakt, kan haar langzaam laten verdwijnen.
Nederlands onderzoek onder 5.238 deelnemers laat zien wat er na pensionering met verschillende contacten gebeurt. Na het stoppen met werken nam het contact met vrienden en buren gemiddeld toe. Gepensioneerden lijken daarmee een deel van de dagelijkse contacten van het werk te vervangen. Het contact met voormalige collegaβs bleef aanvankelijk bestaan, maar nam in de jaren daarna geleidelijk af. Zonder de gedeelde werkplek verdween ook de structuur die het contact vanzelfsprekend maakte. Lees het Nederlandse NIDI-onderzoek.
Dat betekent niet dat de vriendschap met oud-collegaβs niet echt was. Alleen dat een goede band niet altijd opgewassen is tegen afstand, verschillende agendaβs en het ontbreken van een vaste aanleiding. Zelfs mensen die veel van elkaar houden, kunnen elkaar uit het oog verliezen wanneer niemand het initiatief neemt.
Vriendschap plannen klinkt misschien weinig romantisch. Alsof een echte band vanzelf zou moeten blijven bestaan. Maar een afspraak in de agenda maakt een ontmoeting niet minder oprecht. Het laat juist zien dat je haar belangrijk genoeg vindt om er tijd voor vrij te maken.
Bij vriendschap denken we vaak aan de paar mensen die we midden in de nacht zouden kunnen bellen. Maar ook de buitenste kring van ons netwerk verdient aandacht: de buurvrouw met wie je een praatje maakt, iemand van de wandelgroep, een medecursist, een voormalige collega of de man die iedere zaterdagochtend naast je op de markt staat.
Een 23 jaar durend onderzoek naar sociale netwerken liet zien dat zowel hechte als minder hechte relaties samenhangen met emotioneel welbevinden. Opvallend genoeg waren juist de zogenaamde zwakkere banden sterk verbonden met het behouden van positieve gevoelens en minder somberheid. Zulke contacten brengen afwisseling, nieuwe informatie en verbinding met werelden buiten de eigen vertrouwde kring. Bovendien kunnen losse contacten mettertijd uitgroeien tot echte vriendschappen. Bekijk het longitudinale onderzoek.
Dat is een geruststellende gedachte. Een rijk sociaal leven vraagt niet uitsluitend om een grote groep hartsvrienden. Ook ergens verwacht worden, een naam kennen en een kort gesprek voeren kan betekenis hebben.
Tegelijkertijd wordt het op latere leeftijd niet altijd gemakkelijker om nieuwe vriendschappen te sluiten. In een Amerikaanse peiling onder mensen boven de vijftig zei 42 procent dat nieuwe vrienden maken moeilijker was geworden. Toch stond driekwart ervoor open om nieuwe vriendschappen te ontwikkelen. De behoefte is er dus wel; wat vaak ontbreekt is een natuurlijke plek waar mensen elkaar regelmatig genoeg ontmoeten om van kennis naar vriend te kunnen groeien. Bekijk de resultaten van de National Poll on Healthy Aging.
Een eenmalige ontmoeting is daarvoor meestal niet genoeg. Vriendschap ontstaat vaker in herhaling: iedere maand dezelfde boekenclub, wekelijks samen wandelen, een cursus die meerdere weken duurt, vrijwilligerswerk of een terugkerende culturele activiteit. Eerst herken je een gezicht, daarna onthoud je een naam en op een dag drink je samen koffie zonder dat de activiteit nog de enige reden is.
Misschien is de belangrijkste vraag daarom niet hoeveel vrienden je hebt, maar welke relaties je actief wilt meenemen naar de volgende fase van je leven.
Wie zou je vaker willen zien, maar bel je steeds niet omdat er niets bijzonders te melden is? Welke oud-collega zou je ook buiten het werk willen blijven kennen? En bij welke activiteit kom je steeds dezelfde aardige persoon tegen zonder ooit te vragen of diegene nog iets wil drinken?
Vriendschap onderhouden hoeft niet groots te zijn. Een vaste wandeling per maand kan meer betekenen dan een voornemen om βsnel weer eens af te sprekenβ. Een bericht zonder aanleiding kan waardevoller zijn dan wachten op een verjaardag. En zeggen dat je iemand graag in je leven wilt houden, is niet ongemakkelijk maar helder.
Op school en op het werk werd het ritme voor ons gemaakt. In de jaren daarna moeten we dat ritme soms zelf ontwerpen. Dat maakt vriendschap niet kunstmatig. Het maakt haar bewust.
Zet daarom gerust een vriend in je agenda. Niet omdat vriendschap een taak is, maar omdat sommige mensen te belangrijk zijn om uitsluitend aan toeval over te laten.
β