Recent was er in het verpleeghuis waar ik werk weer kerstbezoek van een groep kinderen van de belendende lagere school. Voor mij persoonlijk een van de hoogtepunten in mijn arbeidzame leven. Omdat kinderen en mensen met dementie een bijna vanzelfsprekend goede combinatie is.

Er werd gezongen in het restaurant.
Er werden zelfgemaakte kerstkaarten uitgedeeld.
En er waren conversaties over het leven.
Noah tegen mevrouw van Eerd: βHoe oud bent u eigenlijk?β
β98,β antwoordt mevrouw van Eerd naar eer en geweten.
Noah: βDat is best heel oud.β Hetgeen mevrouw van Eerd met een instemmende knik bevestigt.
Mevrouw van Eerd met een blik naar de kerstboom: ββHeb jij thuis ook een kerstboom?β
Noah schudt van nee. βWij hebben thuis geen kerstboom. Ik ben Joods. Wij vieren Chanoeka.β
βDat is ook mooi,β vindt mevrouw van Eerd. βDat feest ken ik. Ik had vroeger veel Joodse vriendinnetjes.β
'Nu niet meer'? De blik van Noah is bedenkelijk. βDat komt zeker door de oorlogβ?
Mevrouw van Eerd legt haar hand op de schouder van Noah en zegt: 'Ja jongen, dat komt door de oorlog. Rotoorlog.β
Noah: βU een prettig kerstfeest, mevrouw.β
Mevrouw van Eerd: βEn jij een fijne Chanoeka, lieverd.β
Opnieuw is het bewezen: een conversatie wordt niet mooier en indringender met het toenemen van de lengte.
β
Job van Amerongen werkt als GGZ-verpleegkundige voor de stichting Brentano in Amstelveen, een instelling voor ouderenzorg.
β