Met What the Hell Was I Thinking? presenteert de Kunsthal Rotterdam een omvangrijke tentoonstelling van de Britse kunstenaar David Shrigley. De expositie, te zien van 13 december 2025 tot en met 3 mei 2026, biedt een brede blik op het eigenzinnige universum van een kunstenaar die al decennia lang humor, absurditeit en existentiële twijfel combineert in ogenschijnlijk eenvoudige beelden en teksten.

David Shrigley, Big pussy wants his dinner, 2025
Shrigley behoort tot de meest herkenbare stemmen in de hedendaagse kunst. Zijn stijl lijkt op het eerste gezicht naïef: simpele lijnen, onhandige figuren en handgeschreven teksten. Maar achter deze ogenschijnlijke eenvoud schuilt een scherpe observatie van menselijk gedrag, sociale conventies en de absurditeit van het dagelijks leven. De tentoonstelling in Rotterdam laat zien hoe zijn werk balanceert tussen kunst, satire en filosofische reflectie.
De humor van Shrigley is zelden vrijblijvend. Zijn tekeningen en sculpturen stellen vragen die zowel komisch als ongemakkelijk zijn: over onzekerheid, mislukking, angst en sociale verwachtingen. In veel werken wordt een simpele gedachte of observatie uitvergroot tot een bijna existentiële grap.
Een tekening kan bijvoorbeeld bestaan uit een eenvoudige figuur met een korte zin die tegelijk hilarisch en pijnlijk herkenbaar is. Die combinatie maakt Shrigleys werk toegankelijk voor een breed publiek, terwijl het ook uitnodigt tot reflectie.
De titel van de tentoonstelling – What the Hell Was I Thinking? – vangt precies die dubbelzinnigheid. Het is een vraag die zowel op de kunstenaar als op de toeschouwer kan slaan: een moment van zelfreflectie waarin humor en twijfel samenkomen.
Hoewel Shrigley vooral bekend werd met zijn tekeningen, laat de tentoonstelling zien hoe veelzijdig zijn praktijk inmiddels is geworden. Bezoekers treffen er een mix van:
Veel werken lijken spontaan of haastig gemaakt, maar juist die rauwe directheid vormt een belangrijk onderdeel van hun kracht. Shrigley werkt vaak intuïtief en laat ruimte voor fouten en imperfectie. Daardoor krijgen zijn werken een menselijk karakter: ze voelen eerlijk, direct en soms zelfs kwetsbaar.
Zijn sculpturen versterken die ervaring. Objecten worden uitvergroot of absurd vervormd, waardoor alledaagse dingen een surrealistische kwaliteit krijgen. Een eenvoudige hand, een dier of een bord met tekst kan zo veranderen in een humoristische maar tegelijk vervreemdende sculptuur.
Taal speelt een centrale rol in Shrigleys werk. Veel van zijn tekeningen bestaan uit korte, handgeschreven zinnen die samen met het beeld een onverwachte betekenis krijgen. De combinatie van tekst en beeld creëert een soort visuele punchline.
Deze aanpak sluit aan bij een traditie van conceptuele kunst, maar Shrigley maakt die traditie speelser en toegankelijker. Zijn teksten lijken soms op flarden uit een innerlijke monoloog: twijfels, absurde gedachten of observaties die iedereen herkent maar zelden hardop uitspreekt.
Juist daardoor ontstaat een intieme band met het publiek. Bezoekers herkennen hun eigen onzekerheden en absurditeiten in de kunstwerken.
Wat Shrigleys werk zo bijzonder maakt, is zijn vermogen om het alledaagse leven te ontleden. Kleine situaties – sociale ongemakken, existentiële twijfels of onhandige gedachten, worden door hem uitvergroot tot iets universeels.
Zijn humor werkt vaak via contrast:
Die combinatie maakt dat een lach vaak snel gevolgd wordt door een moment van reflectie.
In een kunstwereld waarin perfectie en conceptuele complexiteit vaak centraal staan, kiest Shrigley bewust voor het tegenovergestelde. Zijn werk omarmt het rommelige, het spontane en het imperfecte.
Dat maakt de tentoonstelling in Rotterdam ook verfrissend. Bezoekers hoeven geen uitgebreide kunsthistorische kennis te hebben om de werken te begrijpen. Ze kunnen simpelweg reageren: lachen, nadenken, of zich afvragen waarom een bepaalde tekening zo ongemakkelijk herkenbaar voelt.
Met What the Hell Was I Thinking? biedt de Kunsthal niet alleen een overzicht van Shrigleys oeuvre, maar ook een uitnodiging om naar onszelf te kijken. Zijn kunst laat zien hoe vreemd, onlogisch en grappig het menselijk bestaan kan zijn.
En misschien is dat precies de reden waarom zijn werk wereldwijd zo geliefd is: omdat het ons eraan herinnert dat we allemaal, van tijd tot tijd, dezelfde vraag stellen.
Wat dacht ik eigenlijk?