Had ik die baan maar aangenomen. Was ik maar eerder voor mezelf begonnen. Had ik vaker tijd gemaakt voor mijn kinderen. Of juist eerder een relatie beëindigd die niet goed voelde. Bijna iedereen kent zulke gedachten. Toch blijkt uit nieuw onderzoek dat de manier waarop we naar onze misstappen en gemiste kansen kijken, verandert naarmate we ouder worden. Spijt verdwijnt niet per se, maar de scherpe randjes lijken er vaker vanaf te gaan.

Psychologen Julia Nolte, Justine Lewis en Corinna Löckenhoff onderzochten hoe volwassenen van verschillende leeftijden omgaan met grote levenskeuzes waar ze achteraf spijt van hebben. Hun bijzondere aandacht ging uit naar een onderscheid dat in eerder onderzoek vaak ontbrak: gaat het om iets wat kort geleden gebeurde, of om iets van vele jaren terug?
Dat verschil is belangrijk. Wanneer een 70-jarige terugkijkt op een beslissing van veertig jaar geleden, spelen namelijk twee zaken tegelijk: de persoon is ouder geworden én er zijn veertig jaren verstreken. Daardoor is moeilijk te zeggen of een andere kijk op die beslissing door het ouder worden komt of simpelweg doordat de tijd zijn werk heeft gedaan.
Aan het onderzoek deden 90 Amerikanen tussen de 21 en 89 jaar mee. Ze mochten maximaal vijf belangrijke spijtgevoelens uit het afgelopen jaar noemen en daarnaast vijf grotere spijtgevoelens uit hun verdere verleden. Vervolgens gingen de onderzoekers uitgebreider in op de belangrijkste recente en de belangrijkste oudere spijt. De deelnemers beschreven onder meer welke emoties de herinnering opriep, hoeveel invloed ze er nog op dachten te hebben en hoe ze ermee omgingen.
Een opvallend verschil kwam naar voren. Naarmate mensen ouder waren, rapporteerden ze minder recente gebeurtenissen waar ze spijt van hadden. En als ze wel terugdachten aan iets waar ze spijt van hadden, waren gevoelens als boosheid en frustratie gemiddeld minder sterk. Ook bij oude levensspijt zagen de onderzoekers die afname van zulke intense emoties.
Maar misschien nog interessanter is waarvan mensen spijt hadden.
Op hogere leeftijd ging spijt relatief vaker over iets wat iemand niet had gedaan. Niet die ene verkeerde beslissing, maar juist de studie die nooit werd gevolgd, de reis die steeds werd uitgesteld of het gesprek dat nooit werd gevoerd. Onderzoekers noemen dat omission-based regret: spijt van nalaten of van een gemiste kans.
Bij oude spijtgevoelens speelde ook de ervaren controle een rol. Oudere deelnemers zagen gebeurtenissen uit het verre verleden vaker als iets waaraan weinig meer te veranderen viel. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend: sommige deuren sluiten nu eenmaal met het verstrijken van de tijd.
De onderzoekers vonden dat dit gevoel van minder controle samenhing met een aantal verschillen tussen jongere en oudere volwassenen. Ook het perspectief op hoeveel tijd iemand nog vóór zich heeft, speelde mee. Wie zijn toekomst als korter ervaart, kan vanzelfsprekend anders naar een fout van twintig jaar geleden kijken dan iemand die het gevoel heeft nog een heel leven aan mogelijkheden voor zich te hebben.
Dat betekent overigens niet dat oudere mensen hun spijt voortdurend actief proberen weg te drukken. Integendeel. Ze rapporteerden juist minder vaak strategieën waarbij ze probeerden hun gevoel over een recente beslissing te veranderen of zich voornamen een volgende keer een andere keuze te maken.
Misschien hoeft niet iedere oude keuze meer 'opgelost' te worden.
We denken vaak dat spijt een nuttige functie heeft. Je raakt teleurgesteld in een beslissing en denkt: de volgende keer doe ik het anders. Voor iemand van dertig kan een pijnlijke carrièrekeuze bijvoorbeeld aanleiding zijn om alsnog van baan te veranderen.
Maar hoe werkt dat wanneer een keuze niet meer terug te draaien is?
Volgens Julia Nolte is het mogelijk dat spijt op hogere leeftijd een andere betekenis krijgt. Waar het voor jongere mensen vaker een aansporing kan zijn om toekomstige beslissingen anders te nemen, zou het later in het leven ook een gelegenheid kunnen bieden om terug te kijken, te begrijpen en betekenis te vinden. De huidige studie kon die mogelijke functie nog niet rechtstreeks aantonen; Nolte noemt het nadrukkelijk als een vraag voor vervolgonderzoek.
Dat onderscheid is waardevol. Niet alle spijt hoeft immers tot actie te leiden. Soms valt iets nog te herstellen. Soms kun je alsnog dat telefoontje plegen, een oude belangstelling oppakken of een relatie herstellen. Maar soms bestaat die mogelijkheid niet meer. Dan kan de vraag verschuiven van “Hoe maak ik dit ongedaan?” naar “Welke plaats krijgt dit in het verhaal van mijn leven?”
We moeten wel voorzichtig zijn met de conclusie dat ouder worden ons vanzelf milder of wijzer maakt. Dit was een relatief kleine studie met 90 Amerikaanse deelnemers. De onderzoekers wijzen er bovendien op dat de groep beperkt divers was, waardoor niet zonder meer kan worden aangenomen dat dezelfde patronen bij alle bevolkingsgroepen en culturen optreden.
Daarnaast kan een onderzoek waarin mensen van verschillende leeftijden op hetzelfde moment worden vergeleken nooit volledig uitsluiten dat generatieverschillen een rol spelen. Iemand die in de jaren vijftig of zestig opgroeide, kreeg immers met andere verwachtingen rond werk, huwelijk, opleiding en gezin te maken dan iemand die rond de eeuwwisseling volwassen werd. De onderzoekers noemen dit zelf een belangrijke vraag voor toekomstig onderzoek.
Toch sluit het nieuwe onderzoek aan bij eerder werk van Nolte en Löckenhoff. In een overzicht van de wetenschappelijke literatuur concludeerden zij al dat oudere volwassenen bij alledaagse en kortetermijnbeslissingen gemiddeld minder en minder intense spijt rapporteren dan jongere volwassenen.
Een leven zonder spijt klinkt aantrekkelijk, maar misschien is dat niet waar we naar hoeven te streven. Wie lang leeft, verzamelt nu eenmaal keuzes. Goede keuzes, verkeerde keuzes en vooral beslissingen waarvan nooit met zekerheid te zeggen valt hoe het alternatief zou zijn afgelopen.
Wat het nieuwe onderzoek vooral laat zien, is dat onze relatie met die keuzes kan veranderen. Een gebeurtenis die ooit vooral woede of frustratie opriep, kan tientallen jaren later een ander gewicht krijgen. En een gemiste kans kan pijn blijven doen zonder dat die pijn nog iedere keer even fel hoeft te zijn.
Ouder worden wist het verleden niet uit. Maar het kan wel veranderen hoe dicht we het verleden nog bij ons laten komen.
Misschien is dat een van de minder zichtbare kanten van ouder worden: niet dat we uiteindelijk nergens meer spijt van hebben, maar dat we steeds beter kunnen leven met het feit dat een mensenleven onmogelijk alleen uit perfecte keuzes kan bestaan.
Dit artikel is gebaseerd op het onderzoek van Julia Nolte, Justine L. Lewis en Corinna E. Löckenhoff, “Adult age differences in the response to and regulation of recent versus long-term regrets”, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Emotion op 7 mei 2026.