In een opvallende tentoonstelling presenteert het Kunstmuseum Den Haag tot 7 juni 2026 London Calling — de eerste grote overzichtspresentatie van naoorlogse Britse figuratieve schilderkunst in Nederland. In samenwerking met Tate uit Londen worden bijna zeventig schilderijen getoond van dertien kunstenaars die de menselijke figuur centraal stellen en zo een tijdsbeeld schetsen van een bruisende kunstscene in de Britse hoofdstad. Londen fungeert niet zozeer als geografische kapstok, maar als bron van ideeën, dialogen en visuele intensiteit.

De tentoonstelling opent als een confrontatie met de radicaal expressieve taal van Francis Bacon (1909–1992). Bacon’s figuren - vaak vervormd, samengedrongen of schreeuwend - zijn geen portretten in de traditionele zin, maar snarensets van emotie en spanning. In werken als A Seated Figure is de menselijke vorm nog herkenbaar, maar tegelijk gevangen in een verstilde intensiteit die doet denken aan existentiële onrust. Bacon schilderde zelden naar leven, maar gebruikte fotografie en geheugen als vertrekpunt, wat zijn figuren die verstilde, bijna hallucinatoire lading geeft.
Naast Bacon vormt Lucian Freud (1922–2011) een ander zwaargewicht van de Britse figuratie. Kleinzoon van Sigmund Freud, ontwikkelde hij een obsessieve schilderpraktijk rond de menselijke huid, vlees en blik. Zijn portretten zijn vaak oncomfortabel dicht op het onderwerp geschilderd; Freud werkte staand, met dikke verf en focus op textuur en licht, alsof de fysieke aanwezigheid van zijn model tastbaar moet worden: een mentaal en lichamelijk gevecht op doek.
In contrast met de confronterende intimiteit van Freud en Bacon staat David Hockney (°1937). Hockney’s werk in London Calling (waaronder schilderijen als My Parents) ademt een andere energie: hier zijn kleur en compositie net zo belangrijk als de figuur zelf. Hockney is beroemd om zijn onderzoekende omgang met perspectief, licht en relatieverhoudingen, vaak portretterend wat hij van nabij kent - familie of vrienden - met een open, frisse toets die traditie en moderne beeldtaal verenigt.
De Portugese-Britse schilder Paula Rego (°1935) voegt in London Calling een narratieve gelaagdheid toe. Rego’s figuren opereren niet als enkel fysieke lichaam, maar als dragers van verhaal en mythe. In werken zoals Bride (1994) ontvouwt zich vaak een dubbelzinnigheid: de figuur is tegelijk kwetsbaar en krachtig, een personage in een psychologisch geladen scène. Haar werk belicht hoe de figuratie sociale rollen en diepere verhoudingen kan bevragen.
London Calling beperkt zich niet tot deze vier iconen. De tentoonstelling erkent dat de zogenaamde School of London geen formele stroming was, maar een losse groep kunstenaars die elkaar kenden, tentoonstelden en deelden in dezelfde stedelijke dynamiek. Daarom is er ook ruimte voor minder belichte figuren zoals Celia Paul (°1959), wiens intieme portretten van familie en zichzelf een meditatieve, bijna diariserende kwaliteit hebben. Paul’s werk benadrukt persoonlijke nabijheid en stille aanwezigheid, wat een interessante dialoog vormt met de expressieve tradities van haar voorgangers.
Daarnaast worden in de tentoonstelling ook artiesten getoond die buiten het gangbare verhaal vielen, zoals Eva Frankfurther en Denzil Forrester, wier werk laat zien hoe figuratie uiteenlopende sociale realiteiten - van nachtleven tot woonbuurten -in schilderkunst kan vangen.
Wat alle betrokken kunstenaars verbindt is niet zozeer een uniforme stijl, maar een gedeelde inzet om de menselijke conditie te verbeelden: relaties, binnenkamers, blikken en lichamen zijn het materiaal voor reflecties op identiteit, tijdsgeest en zelf. In een decennium dat werd gedomineerd door abstractie, kozen deze kunstenaars ervoor om met penseel en kleur de wereld rondom hen te interpreteren, juist door te blijven schilderen wat direct zichtbaar is, maar tegelijkertijd diep menselijk.
Nog tot 7 juni vormt London Calling in Den Haag een zeldzame gelegenheid om deze uiteenlopende stemmen van de Britse figuratieve schilderkunst naast elkaar te zien: een tentoonstelling die niet alleen kunst toont, maar de rijkdom van een stad en haar kunstenaars blootlegt.