“Dit is zo onwerkelijk voor mij,” zegt Saara El-Arifi, schrijfster van het boek Cleopatra. “Ik zit op een terras in Amsterdam om te praten over mijn boek en Cleopatra. Dit is echt crazy voor me, ik heb zoveel geluk!” Cleopatra was vanaf jongs af aan een historisch figuur die haar fascineerde en waarmee ze zich later in haar leven kon identificeren toen ze zelf op zoek was naar haar identiteit: “De eerste versie [van het boek] schreef ik in ongeveer een maand,” zegt ze, nog altijd een beetje verbaasd over zichzelf. “Het voelde alsof ik bezeten was. Alsof ik precies wist wie zij was.”

Haar ouders hebben een Ghanese en Soedanese achtergrond. Ze groeide op in het Midden-Oosten en verhuisde later naar Groot-Brittannië, een leven waarin ze opgroeide tussen verschillende culturen en identiteiten. “Ik begreep de Britse gebruiken omdat ik naar een Britse school ging in Abu Dhabi,” legt ze uit. “Maar een cultuur begrijpen en er echt deel van uitmaken zijn twee totaal verschillende dingen.” Cleopatra, die leefde tussen Egyptische, Griekse en Romeinse gebruiken, maar werd in Rome toch altijd als buitenstaander gezien, een emotie die de schrijfster zelf ook heeft ervaren.
Haar fascinatie met Cleopatra begon al als klein meisje op school: “Ik was al op heel jonge leeftijd geobsedeerd door Cleopatra,” vertelt ze. “Ik herinner me dat een leraar ooit zei: ‘Teken Cleopatra.’ En ik pakte het bruine krijtje, en niemand had me toen echt over haar verteld, maar ik voelde meteen een soort verbondenheid met haar. Alsof er een zusterschap was, een familie, een connectie.”
In haar dertiger jaren besloot ze de masteropleiding African Studies te gaan doen, een keuze die haar connectie met Cleopatra alleen maar versterkte. “Op de eerste dag van mijn master belde ik mijn agent en zei ik: ‘Wat vind je ervan als ik een boek over Cleopatra schrijf?’ En zij zei meteen: ‘Dit is het beste idee dat je ooit hebt gehad.’”
Wat was het aan deze vrouwelijke farao -een van de beroemdste vrouwen uit de geschiedenis- over wie tegelijkertijd zo weinig met zekerheid bekend is; dat haar zo aantrok? “De mensen die over haar schreven, deden dat honderdvijftig jaar later, en het waren allemaal mannen,” zegt Saara El-Arifi. “Ze hadden allemaal een agenda.”
“Ik schrijf dit boek als zwarte vrouw,” zegt ze. “En Cleopatra werd in haar tijd behandeld als een ‘andere’ vrouw. Ze werd geëxotiseerd, gefetisjeerd, geseksualiseerd. Dat zijn dingen die ik zelf ook heb ervaren.”
Het proces achter de roman is misschien wel net zo bijzonder als het verhaal en het boek zelf. Drie jaar lang deed de schrijfster onderzoek naar de Egyptische farao. Ze reisde naar Egypte, bezocht de plek waar ooit de beroemde bibliotheek stond, bezocht Alexandria en Cairo en keek uit over de zee waar Cleopatra ooit over uitkeek.
“Ik ben eigenlijk helemaal niet zo woo-woo,” zegt ze, “maar toen ik de eerste zin van het boek schreef: ‘Je kent mijn naam, maar je kent mij niet,’ wist ik het. Die zin is nooit meer veranderd. Zodra ik die zin schreef, wist ik: ik zit erin. Ik weet precies wie zij is. Ik zie haar helemaal voor me. Ze kwam volledig gevormd naar me toe. En ik ben helemaal niet zweverig of iemand die in kristallen of sterrenbeelden gelooft of zoiets. Eerlijk gezegd voelde het echt bijna krankzinnig. Alsof zij gewoon wist wat ik wilde vertellen. Ik had het gevoel dat haar nooit recht is gedaan in de geschiedenis. Ze is afgebeeld als verleidster of heks. En dat gevoel van verraad, door de mannen in haar leven, maar ook door de geschiedenis zelf, dat bleef echt bij me hangen. Daardoor voelde ik ook veel woede. Terwijl ik schreef, voelde ik die boosheid heel sterk.”
Twee weken na de geboorte van haar zoon, met haar baby slapend op haar borst, begon ze te schrijven. “Die kwetsbaarheid gaf het boek zijn rauwheid,” zegt ze. “Ik denk niet dat ik het ooit op een ander moment zo eerlijk had kunnen schrijven.”
Een van de meest opvallende elementen van de roman is hoe Cleopatra als moeder wordt neergezet. “Voor dit boek dacht ik eigenlijk nooit aan Cleopatra als moeder,” geeft de auteur toe. “Je denkt aan een koningin, een legende, een mythe, maar niet meteen aan een moeder.”
Die eerlijkheid vond rechtstreeks haar weg naar Cleopatra’s stem in het boek. Wanneer Caesarion wordt geboren, reageert Cleopatra niet meteen met overweldigende moederliefde, maar eerder met verbazing en onwetendheid. “Pas tijdens het redigeren besefte ik hoeveel van mezelf ik in die scènes had gestopt,” zegt ze. Zelfs momenten van fysieke pijn vonden hun weg naar de roman. Een scène waarin Caesarion medische zorg krijgt, was rechtstreeks geïnspireerd op haar herinnering aan de eerste vaccinaties van haar eigen zoon.
Tijdens het gesprek keert de auteur steeds terug naar hetzelfde idee: de geschiedenis heeft Cleopatra haar menselijkheid ontnomen. “Ze is altijd een heks, een verleidster of een symbool,” zegt ze. “Er bestaan geen vrouwelijke ooggetuigenverslagen over Cleopatra,” legt ze uit. “Het meeste wat we over haar weten, komt van Romeinse mannen die propaganda schreven. Soms noem ik het eerder een memoir dan historische fictie, want eerlijk gezegd is het even feitelijk als veel van de geschiedschrijving die we hebben.”
In haar boek speelt ze met de bekende legendes rond Cleopatra: de beroemde parel die wordt opgelost in azijn, de verhalen over vergiftigingen, de mythes rond luxe. “Wat als ze niet geobsedeerd was door luxe?” vraagt de auteur zich af. “Wat als ze eigenlijk een wetenschapper wilde zijn? Een genezer? Wat als kennis belangrijker voor haar was dan macht?”
Toen ze ontdekte dat Cleopatra maar liefst acht of negen talen sprak en mogelijk zelfs medische teksten schreef, raakte dat haar diep. “Ik zat in de universiteitsbibliotheek toen ik dat ontdekte,” herinnert El-Arifi zich. “Cleopatra had nooit verwacht koningin te worden. Toen ik ontdekte dat ze van boeken hield, terwijl ik zelf volledig ondergedompeld was in bibliotheken, onderzoek deed en overal mee bezig was, voelde dat opnieuw als een extra draad die mij met haar verbond. Ik zat daar, omringd door boeken, en ontdekte dat zij ook van boeken hield en al die talen kon lezen. Ik vond dat ook een heel fascinerende manier om haar met meer zorg en nuance te schrijven, en haar een nalatenschap te geven die verder gaat dan de manier waarop ze altijd is geseksualiseerd en gefetisjeerd. Dat ze eigenlijk een geleerde wilde zijn.”
Het boek verschijnt op een moment waarop gesprekken over vrouwelijke autonomie en identiteit wereldwijd belangrijker zijn dan ooit: “Ik had nooit gedacht dat we in deze wereld terecht zouden komen,” zegt ze. “De rechten die vrouwen opnieuw verliezen. Het is beangstigend.” Het raakt haar hoeveel vrouwen zich herkennen in haar boek. “Dat is het meest ongelooflijke deel hiervan,” zegt ze bescheiden. “Ik had nooit gedacht dat iemand tegen mij zou zeggen dat een boek hun leven heeft veranderd.”
Voor haar is Cleopatra uiteindelijk meer geworden dan één historische vrouw. “Ze is iedere vrouw,” zegt ze. “Iedere vrouw die verkeerd begrepen, gereduceerd of herschreven werd.”
Meer lezen over de schrijvers achter de boeken?