Soms komt er een moment waarop je moe wordt van zoeken. Niet lichamelijk moe, maar innerlijk. Moe van steeds weer willen groeien, begrijpen, verbeteren. Nog een boek. Nog een inzicht. Nog een methode die belooft dichter bij jezelf te brengen wat blijkbaar nog ontbreekt.

Afbeelding door Erik Voncken
Onlangs overviel mij tijdens het lezen van een filosofisch boek een onverwachte gedachte:
wat als ik stop met onderzoeken?
Niet omdat leren niet waardevol is. Integendeel. Inzichten hebben mij veel gebracht. Ze hielpen mij om verborgen delen van mezelf zichtbaar te maken, patronen te herkennen en oude schaduwen onder ogen te zien.
Maar ineens voelde ik iets anders.
Geen verlangen meer naar nieuwe kennis.
Wel een verlangen naar Zijn.
Niet zoeken naar wat er nog ontbreekt, maar leven vanuit wat er al is.
Dat voelde eerst bijna ongemakkelijk. Want hoeveel van ons zijn gewend geraakt aan “onderweg zijn”? Aan werken aan onszelf? Aan het idee dat we pas later werkelijk mogen rusten in wie we zijn?
En toen verscheen in mijn verbeelding mijn innerlijke kind.
Niet verdrietig.
Niet boos.
Alleen wachtend.
Alsof ze wilde zeggen:
“Eindelijk. Mag ik nu gewoon bestaan? Zonder dat je steeds probeert iets anders van mij te maken?”
Die vraag raakte me diep.
Hoe vaak stemmen we ons leven af op verwachtingen van buitenaf? Op wat hoort, wat verstandig is, wat anderen nodig hebben? Zeker in de derde en vierde levensfase dragen velen van ons een leven vol verantwoordelijkheden met zich mee. We leerden zorgen, aanpassen, rekening houden.
Maar ergens onderweg raken we soms verwijderd van onze eigen kern.
Van onze spontaniteit.
Onze waarheid.
Onze eigen stem.
Authentiek leven klinkt tegenwoordig als een populair begrip, maar in werkelijkheid vraagt het moed. Het vraagt dat je stopt met jezelf voortdurend te corrigeren om passend te blijven voor de buitenwereld.
Mijn innerlijke meisje liet me iets eenvoudigs zien:
“Als jij steeds bezig bent met de ander, vergeet je mij.”
Dat kwam binnen.
Want authenticiteit betekent niet dat je egoïstisch wordt. Het betekent dat je jezelf niet langer verlaat. Dat je durft te leven vanuit wat waar is in jou.
Misschien is dat wel één van de grote uitnodigingen van ouder worden:
niet méér worden,
maar minder verbergen.
Niet nóg harder zoeken naar verlichting,
maar zachter thuiskomen bij jezelf.
En misschien hoeven we daarvoor niet alles te begrijpen.
Misschien begint het met iets veel kleiners:
jezelf weer horen.
Jezelf weer zien.
En jezelf toestemming geven om te zijn wie je in wezen altijd al was.
Gewoon:
ZIJN.