Er zijn weinig onderzoeken die zo lang meegaan als het leven zelf. Toch is dat precies wat er gebeurde aan de Harvard University, waar wetenschappers in 1938 begonnen met een ambitieus experiment: ze wilden weten wat een goed leven eigenlijk maakt.

Niet een succesvol leven.
Niet een rijk leven.
Een goed leven.
Het Harvard Study of Adult Development volgde aanvankelijk 724 jonge mannen, van Harvard studenten tot jongens uit arme wijken in Boston, en later ook hun partners en kinderen. Generaties onderzoekers namen het onderzoek over, interviewden deelnemers elke paar jaar, bekeken medische dossiers en spraken zelfs met hun partners om een realistisch beeld te krijgen van hun leven.
De conclusie veranderde nauwelijks.
Niet geld.
Niet status.
Niet carriere.
Maar relaties en leefstijl blijken de sterkste voorspellers van welzijn op latere leeftijd.
Geluk wordt vaak gezien als iets mentaals, een karaktereigenschap of een manier van denken. Het Harvard onderzoek laat iets anders zien. Geluk is verrassend lichamelijk.
Als je later in het leven tevreden wilt zijn, spelen deze factoren een grote rol:
• regelmatig bewegen
• redelijk gezond eten
• betekenisvolle sociale contacten
• actief betrokken blijven bij het dagelijks leven
Wat opvalt is dat ze elkaar versterken.
Als je dagelijks wandelt ontmoet je vanzelf mensen.
Als je samen eet eet je vaak beter.
Als je je verbonden voelt blijf je actiever.
Geluk blijkt minder een gevoel en meer een leefpatroon.
Toen het onderzoek begon dacht men dat levensgeluk grotendeels vastlag rond je dertigste en bepaald werd door opleiding, inkomen of achtergrond.
Na decennia aan gegevens bleek het tegenovergestelde.
Mensen veranderden voortdurend, ook op latere leeftijd.
Vooral wanneer ze anders voor zichzelf gingen zorgen.
De deelnemers die rond hun zestigste begonnen met gezonder leven, meer bewegen, minder alcohol, beter eten, zagen hun welzijn duidelijk verbeteren. Niet alleen mentaal maar ook cognitief. Hun geheugen bleef scherper en sombere klachten namen af.
Je levenskwaliteit ligt dus niet vast. Je kunt hem nog aanpassen.
Lichamelijke activiteit bleek een van de meest onderschatte factoren voor tevredenheid.
Niet alleen vanwege gezondheid maar vanwege hoe je je voelt.
Beweging doet drie dingen tegelijk:
1 het verhoogt endorfine en serotonine
2 het verlaagt ontstekingsreacties die samenhangen met somberheid
3 het versterkt het gevoel van controle over je eigen leven
Dat laatste is misschien wel het belangrijkst.
Als je beweegt ervaar je jezelf minder als iemand die ouder wordt en meer als iemand die handelt.
Het hoeft geen sport te zijn. Wandelen, fietsen, tuinieren of zwemmen hebben vergelijkbare effecten zolang het regelmatig gebeurt.
In het onderzoek ging het niet alleen om wat mensen aten maar vooral hoe.
De tevredenste deelnemers aten opvallend vaak samen met anderen, partner, vrienden, buren of familie. Samen eten bleek een sterke voorspeller van welzijn, sterker dan inkomen.
Voeding werkte op drie niveaus:
Biologisch stabielere energie en betere slaap
Sociaal een dagelijks contactmoment
Psychologisch structuur in de dag
Een deelnemer zei op zijn 84e
Mijn gezondheid begon niet met vitamines maar met weer elke avond aan tafel zitten met iemand
Een van de opvallendste uitkomsten is dat warme relaties samenhangen met minder cognitieve achteruitgang.
Niet omdat mensen slimmer waren maar omdat hun brein actief bleef. Gesprekken, grapjes, plannen maken, sociale interactie blijkt training voor je hersenen.
Maar leefstijl speelde mee.
Mensen met sociale contacten en een actieve leefstijl bleven het langst mentaal scherp.
Niet een factor maar de combinatie beschermt.
Ouder worden wordt vaak gekoppeld aan rust en minder verplichtingen. Maar volledige vrijblijvendheid maakt zelden gelukkig.
Tevredenheid zit minder in ontspanning dan in betrokkenheid.
Niet minder leven.
Anders leven.
De gelukkigste deelnemers hadden ritme:
• vaste beweegmomenten
• gezamenlijke maaltijden
• terugkerende afspraken
• iets om naar uit te kijken
Niet de hoeveelheid activiteit maakte het verschil maar de regelmaat.
Psychiater Robert Waldinger, een van de huidige onderzoeksleiders, vatte het eenvoudig samen
Goed ouder worden draait niet om jong blijven maar om verbonden blijven met mensen en met het leven
Gezondheid is geen doel op zichzelf maar een middel om betrokken te blijven.
Je beweegt niet om langer te leven.
Je leeft langer omdat je blijft meedoen.
Het onderzoek geeft geen radicale adviezen. Het gaat juist om kleine herhaalde keuzes:
• dagelijks bewegen op jouw tempo
• vaste eetmomenten liefst samen
• ritme in de week
• terugkerende sociale afspraken
• aandacht voor energie in plaats van alleen gezondheid
Geluk blijkt geen grote beslissing maar een optelsom van gewoontes.
Misschien is dat de geruststellendste uitkomst van het langstlopende geluksonderzoek ter wereld. Een goed leven ontstaat niet uit een juiste keuze maar uit een manier van leven die je steeds kunt blijven aanpassen.
Niet de perfecte levensfase bestaat maar wel een fase waarin je actief betrokken blijft.
En precies daar begint tevredenheid
niet bij je leeftijd maar bij hoeveel je nog meedoet.