Je staat in een museum, voor een enorm leeg doek of een gewone urinoir-installatie, en denkt: “Dat kan mijn kleine zusje ook.” Precies die gedachte vormt het startpunt van Will Gompertz’ briljante en humoristische kunstgids Dat kan mijn kleine zusje ook — waarom moderne kunst kunst is — een boek dat de bespottelijk abstracte wereld van moderne kunst vertaalt naar begrijpelijke menselijke verhalen.

Gompertz, een voormalig directeur van de Tate Gallery en BBC-kunstredacteur, neemt je mee op een reis door ruim anderhalve eeuw kunstgeschiedenis. Hij ontleedt de motieven, angsten en ideeën van kunstenaars die de kunstwereld radicaal veranderden. Van de impressionisten die de levendigheid van het moderne leven vingeren tot de dadaïsten die met opzet alles wat traditioneel was tartten — en verder tot conceptuele werken waarin het idee belangrijker is dan de penseelstreek zelf.
Wat Gompertz zo verfrissend maakt, is niet alleen zijn kennis, maar zijn vermogen om de cultuurhistorische context te verbinden met scherpe, menselijke vragen. Waarom wordt een onopgemaakt bed in een museum tentoongesteld? Waarom kan een groot, roze opblaasvarken miljoenen waard zijn? En waarom voelt moderne kunst voor zoveel bezoekers alsof je naar een leeg scherm staart?
Het antwoord dat Gompertz geeft, komt niet uit een esoterische filosofische traditie, maar uit de idee dat kunst een antwoord is op zijn tijd. Kunstenaars zoals Picasso, Cézanne, Duchamp of Pollock daagden de regels uit die eeuwenlang golden: perfectie, realisme, technische vaardigheid als absolute maatstaf. Zij vroegen zich af: wat zie je werkelijk? Wat betekent het om te kijken? En wat gebeurt er als je dat idee loslaat en kunst ziet als een collectief gesprek over perceptie en betekenis?
Gompertz laat zien dat het succes van moderne kunst niet alleen zit in shockwaarde of provocatie. Modernisme groeide omdat het een taal creëerde om het snelle culturele en maatschappelijke veranderingsproces van de 20ste eeuw te beschrijven. Steden industrialiseerden, fotografie nam het realisme over, wereldoorlogen veranderden perspectieven — kunst moest antwoorden vinden in een wereld zonder vaste zekerheden.
Moderne kunst nodigt je uit niet alleen te kijken, maar te zien — en te vragen. Een Piet Mondriaan-compositie met rechte lijnen en primaire kleuren lijkt simpel, maar onder die eenvoud schuilt een radicaal nieuwe visie op evenwicht, ruimte en pure vorm.
En ja — dat idee dat “dit kan toch iedereen maken?” is precies het punt waar Gompertz zijn les begint. Moderne kunst stelt die uitdaging bewust: de drempel voor interpretatie ligt niet bij technische vaardigheden, maar bij het vermogen om context te begrijpen en verbinding te voelen met een idee — een filosofie — achter het werk.
Na lezing van Dat kan mijn kleine zusje ook kijk je anders naar kunst. Niet omdat je elke penseelstreek technisch kunt analyseren, maar omdat je begrijpt waarom kunstenaars hebben geprobeerd vooruit te denken — en waarom kunst zo belangrijk werd in de moderne wereld. Je zult niet meer alleen een schilderij zien; je ziet een moment in de tijd, een breuk met traditie, een vraag die aan jou wordt teruggegeven.
Moderne kunst is geen mysterie meer: het is een gesprek tussen jou en de kunstenaar, gevoerd over tientallen stromingen en generaties. En als je eenmaal dat gesprek bent aangegaan, besef je dat het kleine zusje misschien wel gelijk had — maar alleen omdat je nu weet wat er precies bedoeld wordt als kunst.