De wandelaar boven de nevelen is een olieverfschilderij van de Duitse kunstschilder Caspar David Friedrich. Het schilderij meet 94,8 x 74,8 centimeter. De berg waar hij op staat, is in het Saksische deel van Zwitserland, tussen Duitsland en Tsjechië. Friedrich maakte het schilderij al in 1818, maar het raakte in de vergetelheid. Het werd teruggevonden of herontdekt in 1835. Vanaf 1970 is het opgenomen in de Kunsthalle van Hamburg. Het is tegenwoordig een van de beroemdste en meest afgebeelde werken uit de Duitse romantiek-schilderijen. Friedrich wordt gezien als een belangrijke schilder uit de hoogromantische periode. De hoogromantiek (ca. 1830–1850) was een culturele bloeiperiode waarin emotie, fantasie en het individu centraal stonden. Als reactie op de kille rationaliteit van de Verlichting lag de nadruk op dramatische spanning, mystiek, escapisme en intense natuurbeleving.

De wandelaar is van achteren afgebeeld en dat is met opzet gedaan door Friedrich, die precies in het midden van het schilderij staat. Dat is een truc die schilders gebruiken om de aandacht ergens op te richten. Hij kijkt vanaf een hoge rots over een zee van mist naar de hoge bergtoppen in het landschap voor hem.
De werken van Friedrich worden gekarakteriseerd als stemmingslandschappen. Anders dan schilders uit de romantiek die, -oneerbiedig gezegd- meer populaire ‘vakantie’ werken maakten, lijkt er in zijn werk meer betekenis en diepgang te zitten.
Ik ken de afbeelding al heel lang, ze heeft mij altijd al geïntrigeerd. Ik stel me zo voor dat de wandelaar fors heeft moeten klimmen. En klimmen doe je niet alleen met je spieren, maar ook met je ademhaling. Als ik in de bergen wandel, ga ik meestal veel te snel en ben dan binnen de kortste tijd buiten adem. De stok heb je heel hard nodig. Uiteindelijk bereik je de top. Je adem komt weer in een normaal ritme, het trillen van je spieren komt tot rust en je kijkt om je heen. Een fabelachtig uitzicht. De rotsen, de wolken onder en ver boven je. In de tijd van de romantiek werd dat Het verhevene genoemd. Bijzonder in de compositie is dat het dichtbij en veraf in elkaar laat overlopen. Dat ervaar je dus ook als je daar staat.
De man is alleen. Naast de schoonheid is er ook de eenzaamheid. Toen ik bij filosofielessen kennismaakte met het existentialisme en met name met de stroming waarin de boodschap is: 'Jij bent alleen, er is niets wat jou kan helpen, je leeft en sterft in je eentje,’ verzette alles in mij zich tegen dit idee. Heel rationeel klopt het misschien, maar emotioneel riep het bij mij angst op. Angst en weerstand, die ik met bijna al mijn wilskracht probeerde van me af te houden. Ergens doet dit werk een beetje hetzelfde. Ik ben weleens weggevlucht wanneer ik alleen bij overweldigende landschappen stond die mij min of meer onbewust confronteerden met deze angst. Schoonheid en angst; het kan samengaan.
Binnenkort, altijd in september, is het de week tegen de eenzaamheid. Het is een landelijk initiatief dat erop is gericht om het taboe rondom eenzaamheid te doorbreken. Want eenzaamheid is een vergelijkbare emotie. Het verschil van alleen op die berg staan of er samen staan, is letterlijk een wereld van verschil. Overigens hoeven mensen die eenzaam zijn niet altijd alleen te zijn. Ook in relaties kunnen mensen eenzaam zijn. Er zijn vele vormen van eenzaamheid.
Friedrich schilderde het werk in het jaar waarin hij trouwde. Hij worstelde vaak hevig met depressies. Op jonge leeftijd zakte hij bij het schaatsen door het ijs. Zijn broer wist hem te redden, maar kwam daarbij zelf om het leven, hetgeen de kunstenaar een levenslang trauma opleverde.
Depressie en eenzaamheid zijn niet hetzelfde, maar komen wel vaak samen voor. De machteloosheid om dit te doorbreken is hierbij kenmerkend. De extra aandacht eens per jaar is heel belangrijk, omdat bewustwording hiervan al een stap is in de richting om er iets tegen te ondernemen. Al is dat niet altijd eenvoudig. In onze cultuur is de eenzaamheid alleen maar erger geworden en we zien het steeds vaker op jonge leeftijd en bij studenten.
Dit beeld kan ook nog iets anders betekenen. De antropoloog Arnold van Gennep introduceerde het begrip liminale ruimte. Dat is een ruimte, een plek, een tijdspanne waarin je ogenschijnlijk stilstaat. De liminale ruimte is de tijd tussen gebeurtenissen in het verleden en de toekomst die voor je ligt. Juist in die tussenruimte kan iets gebeuren wat nieuw perspectief biedt. Zoals er door meditatie, dromen of wakker liggen ineens nieuwe inzichten komen. Veel beroemde schrijvers, musici en filosofen zoals Goethe, Nietsche, Freud en Kant kwamen vaak tijdens het wandelen tot hun inzichten.
Als je zo naar het schilderij kijkt, is het voor te stellen dat die wandeling en de stevige klim nodig zijn om daar te komen en te genieten van het landschap. Tegelijkertijd kunnen de gevoelens komen en daarna de rust of desnoods de berusting. Dan volgt de terugweg, die vaak ook niet meevalt. Dalen is soms moeilijker dan klimmen. En dan…
Dan dient het dagelijkse leven zich weer aan, maar met zo'n ervaring kan er zomaar een ander perspectief opduiken.
NB: De week tegen eenzaamheid (24 tot 30 september) organiseert in het hele land activiteiten met het thema Ontmoeting en verbinding onder het motto "Kom erbij!"