In het najaar van 2025 schreef ik de column “AHDH op mijn leeftijd?!”, over iets wat mij enorm hinderde in mijn dagelijks bestaan en mij dag en nacht bezig hield: ‘mijn’ ADHD. Want dat had ik. Al vanaf mijn kindertijd en niemand die dat ooit had onderkend, en iedereen had dat altijd met de mantel der liefde toegedekt.

Mijn zus: “Je was gewoon een drukbol!”
Mijn docent Nederlands: “Jij komt uit een spruitje.”
Mijn vader: “Jij bent een goudvinkje.” Dit vond ik met mijn achternaam ‘Sevink’ het prachtigste compliment wat ik kon krijgen. Met rood haar, linkshandig en heel veel sproeten viel ik sowieso al op in de klas. Met mijn gedrag nog ietsje meer. Mijn vader maakte er iets moois van.
Mijn man bedacht- geïnspireerd door Pluk van de Petteflet- een koosnaampje: “Wispeltuut”.
Mijn vrienden: “Wat een energie heb jij! Wat een goede ideeën heb jij! Wat leuk ben jij!” Altijd wat te doen, altijd een plannetje in de maak, altijd te porren voor een activiteit; die ik dan vervolgens zelf maar organiseerde, want: sneller, beter, grondiger. Jaja.
Iedereen was echter volkomen onbewust van mijn eeuwige en altijd durende innerlijke strijd om alles voor elkaar te krijgen. De chaos in mijn gedachten en daden. De druk en de stress. Tot zover.
Begin 2026 hakte ik de knoop door. Het eerdere huisartsconsult had me een licht anti-depressiemiddel opgeleverd. Het schijnt een bekend medicament te zijn tegen de klachten die ik had. Ik merkte geen enkel verschil. De huisarts verwees mij vervolgens naar de psychiatrie voor een onderzoek.
En zo geschiedde.
Ik vond het heel fijn dat ik, naar mijn overtuiging, nu op de juiste plek terecht was gekomen, maar ik was ook – zoals het ADHD’ers betaamt- razend nieuwsgierig naar deze nieuwe ervaring die ik zou ondergaan. Het onderzoek bevatte in mijn geval drie consulten: intake en vragenlijsten, bespreking uitkomst, behandeladvies en nagesprek.
Bij alles wat ik had kunnen bedenken aan diagnoses, behandelingen, adviezen, had ik nooit enige rekening gehouden met de mogelijkheid dat ik misschien géén diagnose zou krijgen.
En juist dat gebeurde.
Het was als een bliksem en donderslag tegelijk bij heldere hemel. Ik zat verstomd op de stoel tegenover de psycholoog die het ‘slechte nieuwsbericht’ mocht brengen. Tranen prikten in mijn ogen. Mijn hersens werkten op volle toeren. Hoe kan ik ze overtuigen van hun dwaling? Dit kan niet! Nu ben ik veroordeeld tot chaos voor de rest van mijn leven.
Een waardeloos leven, vol vergissingen, “vergeten’s” en blunders. Op de fiets naar huis schreef ik in mijn hoofd alvast het bezwaar, de klacht, met de argumenten waarmee ik die psych’s wel zou overtuigen van hun ongelijk. Thuisgekomen kroop ik achter mijn laptop en stortte alles uit in een lijvig document.
Maar… de tijd heelt. En soms best snel. De volgende dag al. Fragmenten van het gesprek kwamen boven: ‘Je hebt beslist een aantal kenmerken van ADHD’, maar ook: ‘Je bent in staat geweest je kinderen een opvoeding te geven,’ ‘Je hebt op latere leeftijd een hbo-studie afgerond,’ ‘Je hebt carrière gemaakt en langdurige dienstverbanden gehad.’ Ja, als je het zo stelt, is er niks met mij aan de hand.
Eén zin uit het derde en laatste consult bleef me bij, en dat bleek de zin die mij ertoe bracht om het oordeel te accepteren: “Je hebt veel in je mars.” Dat is natuurlijk een compliment en dat liet ik me lekker aanleunen. Ook was deze zin een inleiding van de psycholoog naar iets anders: het advies dat ze me wilde geven. Zodra ik er klaar voor was.
Na een stilte in het gesprek introduceerde ze bij mij het Expertisecentrum Mindfulness van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij hadden een training ontwikkeld voor mensen met ADHD, en ook al had ik geen diagnose, zij wilden mij toch verwijzen naar dit centrum, specifiek voor deze training. Ik begreep dat dit geen kattenpis was: universitair ontwikkeld, expertisecentrum, en je moest een psychiatrische verwijzing hebben.
Ik maakte van hun leuke compliment “Je hebt veel in je mars” het volgende: Jij kunt dit zelf onder de knie krijgen Simone, zonder gedragsbeïnvloedende medicatie.
En voor het eerst in dit hele proces was ik blij, oprecht blij. Geen medicatie voor mij! Ik ging dit zelf doen, en goed.
En nu heb ik ook op het Expertisecentrum ook een intake gehad met ongeveer dezelfde vragenlijsten, en nog een handvol vragenlijsten die ik vooraf digitaal invulde. De conclusie was terecht. Nee, ik ben geen echte ADHD’er. Ik schuur tegen de randjes, maar met een stevige, zelf aan te brengen structuur, zelfbeheersing, bewustwording en veel aandacht en concentratie kan ik mijn leven blijvend veranderen. Ik ga ervoor.
De psychiater zuchtte nog even: voor jou krijgen we geen vergoeding. Ik moest even nadenken… Oh jee, ik had geen diagnose, dus geen vergoeding. Toch keek hij me aan, een nauwelijks zichtbare glimlach, en vroeg aan zijn collega: “Is er nog plek in de groep die in augustus start?” Ja, er was plek want ik was door ‘iemand’ al met potlood ingeschreven. Hoera! Soms zit het mee.
En hier ben ik nu. Ik mag komen, met de trein naar Nijmegen en dan nog de bus, iedere week één keer, gedurende 8 weken, en ook een stiltedag, een partnerbijeenkomst en een eindgesprek.
Gelukkiger konden ze me niet maken.
Zelfs niet met een diagnose.
Simone Sevink
Juli 2026