De oorlog tussen Irak en Iran: een tijdlijn van het conflict in 1980

Nov 17 / Sophie de Jong
De oorlog tussen Irak en Iran was een verwoestend conflict dat acht jaar duurde. Het eiste het leven van meer dan 1 miljoen mensen en liet beide landen in puin achter. De oorlog begon op 22 september 1980, toen het Irak van Saddam Hoessein Iran binnenviel. Deze tijdl





De wortels van de oorlog tussen Irak en Iran liggen in de Iraanse revolutie van 1979. Deze revolutie bracht de Sjah van Iran, een nauwe bondgenoot van het Westen, ten val en verving hem door een Islamitische Republiek onder het bewind van Ayatollah Khomeini. Het nieuwe regime in Iran was fel anti-Westers en begon al snel zijn radicale transformatie van de Iraanse samenleving. Saddam Hoessein, de leider van Irak, zag deze revolutie als een bedreiging voor zijn eigen macht en positie in de regio.

Na de Vietnamoorlog was de Irak-Iranoorlog de langste oorlog van de twintigste eeuw. De Irak-Iranoorlog wordt ook wel de Eerste Perzische Golfoorlog of Golfoorlog genoemd. Vanwege de latere Golfoorlog (1990-1991), ook wel Tweede Golfoorlog geheten, waarbij de Verenigde Staten Irak aanvielen, is later de term Irak-Iranoorlog in gebruik geraakt.Het jaar 1979: woelingen in het Midden-Oosten

Al in 1971 verbrak Irak de diplomatieke banden met Iran omdat er sprake was van territoriale meningsverschillen. In de jaren 1970 verslechterde de relatie tussen het beide landen. Een belangrijke verklaring voor het uitbreken van de Irak-Iranoorlog lag in enkele gebeurtenissen in het jaar 1979, die Iran als land verzwakten. Hierop zag de Iraakse leider Saddam Hoessein in 1980 zijn kans schoon om Iran binnen te vallen.

In 1979 viel de Sovjet-Unie het land Afghanistan binnen, om daar een politieke factie die het communisme wilde invoeren te steunen. Dit leidde tot een tienjarige burgeroorlog. In hetzelfde jaar 1979 kwam in Irak Saddam Hoessein aan de macht, als opvolger van zijn neef al-Bakr, die hij al sinds eind jaren 1960 assisteerde. In Iran brak in dat jaar de Islamitische Revolutie uit, die de sjah Mohammed Reza Pahlavi ten val bracht. Hierop kwam ayatollah Ruhholoah Khomeiny aan de macht, die in Iran een streng islamitische regime neerzette. De sharia werd bijvoorbeeld algemeen ingevoerd en er kwam een speciale zedenpolitie om het religieuze gedrag van de bevolking in de gaten te houden.

In september 1980 viel het Irak van Saddam Hoessein Iran binnen in een poging het nieuwe regime omver te werpen. De Iraakse aanval begon op 22 september 1980 met een grote luchtaanval op Iran. De dag erna volgde een invasie over een front van bijna 650 kilometer lengte. De Irakezen verwachtten een Blitzkrieg, maar binnen no time wist Khomeiny zijn legers uit te breiden van 100.000 naar 200.000 man. In juli 1982 hadden de Iraniërs de Irakese troepen teruggedrongen tot de status quo van vóór de oorlog. De Irak-Ianoorlog liep uit op een bloedige, lange en trage uitputtingsslag. Iran had een veel grotere buffer inwoners – 54 miljoen – en dus voldoende potentiële militairen om het leger snel te vergroten. De Iraakse bevolking daarentegen was een factor drie kleiner: 18 miljoen…

De Iraakse zelfoverschatting en numerieke beperkingen van het Iraakse leger noopten Saddam Hoessein om steun te zoeken bij andere Arabische landen, zoals Koeweit en Saudi-Arabië. Deze landen leenden Irak miljarden dollars voor de oorlogsvoering. In 1984 herstelde Hoessein ook de betrekkingen met de Verenigde Staten, die sinds 1967 verbroken waren.

De Koude Oorlog speelde een belangrijke rol in het conflict, waarbij met name de wispelturige opstelling van de Verenigde Staten opvalt. In 1986 kwamen de Verenigde Staten flink in opspraak tijdens het Irangate-schandaal, ook wel ‘Iran-Contra’ geheten. Het bleek dat de Amerikaanse president Ronald Reagan BGM-71 TOW-raketten (antitankwapens) aan Iran verkocht. Amerikaanse bedrijven keken vooral naar waar het meeste geld viel te halen, in Irak of Iran. In 2002 onthulde de Britse periodiek The Independent een opmerkelijke geschiedenis: tijdens de Irak-Iranoorlog zouden 22 Amerikaanse bedrijven betrokken zijn bij de leverantie van gifgas aan het Ba’ath-regime van Saddam Hoessein. Naast gifgas uit de Verenigde Staten kocht Hoessein tijdens de Irak-Iranoorlog allerlei wapens van de Sovjet-Unie en Frankrijk.

De oorlog duurde acht jaar en eiste het leven van meer dan een miljoen mensen. Het was een brute beide partijen gebruikten chemische wapens tegen burgers en richtten zich op civiele infrastructuur. De oorlog eindigde in een patstelling, waarbij geen van beide partijen een beslissende overwinning kon behalen.

De Irak-Iranoorlog heeft ingrijpende gevolgen gehad. De relatie tussen Iran en Irak bleef gespannen. Irak bleef op zoek gaan naar olie en viel in augustus 1990 Koeweit binnen (rond hetzelfde moment werden de diplomatieke banden tussen Iran en Irak hersteld), wat leidde tot de Tweede Golfoorlog (1990-1991). En er kwamen allerlei radicale groepen in het Midden-Oosten door deze oorlog en de Afghanistanoorlog in het bezit van wapens en raketten. De laatste uitwisseling van krijgsgevangenen uit de Irak-Iranoorlog vond pas plaats in maart 2003.